Onze minister heeft aangegeven dat de urennorm, zoals wettelijk voorgeschreven, niet gehanteerd hoeft te worden. Voorwaarde is daarbij dat de kwaliteit van het onderwijs aantoonbaar gegarandeerd blijft.
De nieuwe urennorm geldt voor nieuwe cohorten. Instellingen kunnen, na invoering van het wetsvoorstel, zowel binnen de bol als binnen de bbl onderwijsprogramma’s aanbieden met minder uren dan de wettelijk verplichte norm. In deze gevallen moet de opleiding aantoonbaar van goede kwaliteit zijn. (bron: nieuwsbrief 'Beleidsinformatie Beroepsonderwijs' van de MBO Raad).
Dat is op zich bevreemdend, kijkend naar het wetsvoorstel 'doelmatige leerwegen', maar niet verwonderlijk. Het rapport "Tijd voor kwaliteit Evaluatie van de 850-urennorm in het mbo" uit 2010 liet al zien dat een urennorm geen doorslaggevende factor van belang is voor de kwaliteit van ons onderwijs:
Vervolgens kun je je afvragen hoe je die kwaliteit in beeld brengt als je als team/opleiding bewust afwijkt van de urennorm. Aanwijzingen voor alternatieven zijn te vinden bij Scheerens. Scheerens legt vooral de focus op de opbrengsten en de wijze waarop die tot stand komen. Deze focus sluit wederom prima aan bij het bestuursakkoord voor het MBO waarin nadrukkelijk sprake is van opbrengstgericht werken.
De norm is geschikt als minimumnorm om vast te stellen of een instelling een inspanning levert die de bekostiging rechtvaardigt, maar niet of daarmee voldoende kwalitatief begeleide leertijd onder verantwoordelijkheid van een docent wordt geboden. (...) Als waarborg voor voldoende kwalitatieve begeleide leertijd wordt de norm niet geschikt geacht.Daarmee wordt de norm teruggebracht tot waar hij voor bestemd was: een norm voor bekostiging en studiefinanciering.
Vervolgens kun je je afvragen hoe je die kwaliteit in beeld brengt als je als team/opleiding bewust afwijkt van de urennorm. Aanwijzingen voor alternatieven zijn te vinden bij Scheerens. Scheerens legt vooral de focus op de opbrengsten en de wijze waarop die tot stand komen. Deze focus sluit wederom prima aan bij het bestuursakkoord voor het MBO waarin nadrukkelijk sprake is van opbrengstgericht werken.